12-01-08

26 kilometer-traininkske

Om 7uur vanochtend trok ik de deur achter me dicht met in het joggersrugzakje, dat Dorien  op de cross van Tilburg in november had gewonnen met haar derde plaats, één banaan, 2 sneetjes peperkoek en een halfliterflesje water, en mijn gsm voor noodgevallen. Ik was vertrokken voor 26 km naar Booischot, rug in de wind over het hele traject. Net voor Kampenhout-Sas hield ik een sanitaire stop langs de Haachtsesteenweg. Om tijd te winnen stak ik mijn uitgetrokken handschoenen tussen de borstriempjes van mijn rugzakje en tijdens mijn plasje kon ik empirisch vaststellen dat de wind inderdaad  west-zuidwesten zat zoals ik een uur eerder gelezen had op teletekst. Van de stopgelegenheid wou ik dan meteen gebruik maken om even te drinken, rugzakje los, flesje eruit, dopje eraf, een paar slokken water al wandelend, dopje erop, flesje in de rugzak, zakje op de rug, borstriempjes vast, en terug in lichte tred voorwaarts, en  …koude handjes… shit, waar waren mijn handschoenen gebleven ? Natuurlijk gevallen in het donker bij het losmaken van de riempjes, dan maar 200 meter teruggelopen en daar lagen ze op het natte fietspad van de Haachtsesteenweg. Stupid Me ! Gelukkig nog niet zeik!nat en nog warm. Dan maar woordassociaties beginnen maken terwijl ik Kampenhout-Sas naderde, “Kampenhout-Sas, Annelies van Sas van Gent, Liliane dit wordt een zomer, …” en de associatie die stilvalt. Geen probleem, dan beginnen we maar elke vierde-rechtervoet-die-de grond-raakt op te tellen, één, twee, drie, …tot honderd of meer. Weet je, om één kilometer vol te maken heb ik 140  vierde-rechtervoet-die-de-grond-raakt’s nodig, of in mensentaal, 140 x 8 voetstappen = 1120 looppassen ( rechts en links meegeteld ). Zou ik licht autistisch zijn, of tellen alle joggers bij stond en wijle hun passen ? Elke stap is dus 89 cm waard … bij een hartslag van ca. 135. Bij een hogere hartslag vergroot de lengte van de pas, en verkleint  het aantal passen. ( Marc, stop hiermee, dit gezever interesseert niemand, tenzij een paar andere neurotische joggers ) Maar geen enkel ogenblik heb ik alleen gelopen in de duisternis, duizenden afschaduwingen van mezelf liepen me voorbij in het donker tot ze na een paar passen verdwenen en door een volgende replica werden opgevolgd… wat kan straatverlichting hartverwarmend zijn.  Goed, door de fietstunnels onder Kampenhout-Sas doorgelopen, nog steeds in de pikkedonker, en een nieuwe woordassociatie dringt zich op, borrelt als het ware vanuit mijn onderbewustzijn naar de oppervlakte van mijn hersenen, waar ze komt vast te zitten tegen mijn lopersmutsje, en in één ruk voltooit ze zich;

Je cours, donc je suis / je suis un essui-glace / Julio, Julio  Iglesias / Iglesias nous mene à l’église / église führt zu Elise / Elise für immer  mon amour / mon amour, toujours, toujours je cours / je cours, donc je suis/ … en zo vier, vijf, zes keer herhalend.

Om 8 uur bereik ik de brouwerij van Haacht, ik ben één uur onderweg, in de brasserie recht tegenover de brouwerij brandt volop licht, maar ik zie er geen mens bewegen, er branden wschl. 100 lampen in het hele etablissement… en in het donker zet ik mijn weg voort, op weg naar Don Bosco, waar mijn oudste school  loopt. Ik loop door het centrum van Haacht, enkele neringdoeners zijn druk in de weer, ik ruik geuren die me zeggen dat het geuren zijn van een bakkerij, aan het Kruidvat staat een eerste vroege klant te wachten, of is het een werknemer die wil beginnen werken, maar niet binnen kan, en wacht tot de gerant de deur komt openen ? Eens Haacht gepasseerd begin ik aan een rechte lijn, die ik op voorhand had gevreesd, een lijn die jullie allemaal kennen, omdat jullie allemaal, zonder uitzondering, minstens één keer in jullie leven naar het zomerfestival van Werchter zijn gekomen. (Ik, alleszins, één keer, en daarna nooit meer. Geef me dezelfde muziek op een cd’eetje, op een terras, of met de koptelefoon, zonder die in extase verkerende massa, en ik geniet er 37 keer meer van. De tweede keer dat ik er bijna naartoe gegaan was, heb ik met mijn-lief-van-toen  227 meter voor de ingang rechtsomkeer gemaakt, en zijn we een zondagnamiddagpotje gaan vrijen op mijn kot in Leuven). Ik concentreer me verder op de witte stippellijn, die het fietspad van de rijweg scheidt, ik loop in tegengestelde richting, witte koplampen kruisen mij, het opspattend bandenwater maakt mijn schoenen en onderbenen zeupe-nat, maar ik volhard in de witte stippellijn omdat die net op het asfalt ligt en ik weiger op het betonnen fietspad te lopen, de slipstream van vooral de vrachtwagens vertraagt mijn tempo, maar ik zet door – en de  “Marc, als je dit niet kunt, moet je zelfs niet starten in de marathon”-mantra hamert door mijn hoofd – en om 9u10 loop ik voorbij de kerk van Tremelo, en een nieuwe woordspeling bruiswatert naar boven - “Aili, ailó, ik ben een non uit Tremelo” en de man die het paswoord beantwoordt met “Ailo, ailí, de pastoor die poept, dien’ is er nie “. (voor zij die het niet kennen, ooit verklaar ik jullie deze mop)  Ik wou binnen de 3 uren het huis van mijn schoonzus in Booischot bereiken, er restten mij 50 minuten, maar ik wist niet hoever ik precies in afstand gevorderd was.

Ik gebood me zelf me niets aan te trekken van tijden of afstand en er flink de vaart in te zetten.

Auto’s reden continu voorbij en ik vroeg me af of en wanneer mijn vrouw me voorbij zou rijden, en na 2 u 40 minuten geschiedde het wonder, ik wist dat zij het waren vóór ik hen naast mij gezien had. Mijn vrouw riep door het open raam “22,7 kilometer” en of ik  misschien wou instappen voor de laatste kilometers. “Niks van”, wuifde ik haar voorstel weg, en ik kreeg vleugels tot 152 hartslag. Ik kwam aan na 2u59 minuten en had 26 kilometers afgelegd, 6 min en 53 sec per kilometer en kon tevreden zijn met een gemiddelde hartslag van exact 135(=75% van mijn maximum.)  Eén banaan, één cola light en één chocolade kreemkoek werden gulzig verorberd. De hele weg had ik mezelf eraan herinnerd dat ik jullie één huishoudelijk tafereel van deze week niet mocht onthouden, en hier komt het als aflsuiter van dit epistel. Een paar dagen geleden sukkelde ik met hevige buikloop, ik zat op het toilet en mijn jongste 5-jarig dochtertje Margot liep door het huis te roepen “papa, waar zijt ge?” en ik antwoordde “ op ’t weecee, ‘k heb diarree”, en zij antwoordde op haar beurt  “ah…, diarréé, punt béé éé” en van ’t lachen moest ik nog harder…

20:09 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

veel succes in antwerpen . Ik zal daar ook zijn om en pr te lopen ( proberen toch ) Wat is jou vooropgestelde doel ?

Gepost door: mario | 13-01-08

Mario, daar het mijn 1ste is, heb ik 3 doelen in volgorde van afnemend belang: 1/de meet halen,
2/rond 4u30 m. 3/ als alles meezit, mezelf meteen overtreffen met onder de 4 u. te duiken. Zelfs als ik doel 1 haal, zal ik een klein orthopedisch wonder zijn, maar daarover meer later.

Gepost door: marc devloo | 13-01-08

De commentaren zijn gesloten.