31-01-08

altijd leren keuze's maken

Nog amper 12 weken scheiden mij van Antwerpen. Het 10-wekenschema dringt zich stilaan op. De te volgen procedure in het Steffny-handboek is dat je uitgaat van je recentste besttijden op 10km. Welnu, zowel op de eindejaarsjogging van Kampenhout als op de corrida van Leuven liep ik telkens afstanden langer dan 11 km, en met een snelheid die hoger lag dan 12km  /uur. Herleid naar 10 km is dit dus gelijk aan of sneller dan 48 minuten. Stap 2 in de procedure:  48 min x coefficient 4,66. In dit geval 224 minuten. Als ik eerlijk moet zijn met mezelf moet ik dus opteren voor het trainingsprogramma voor een gewenste eindtijd van 3u59, en niet van 4u20. Dit betekent ook niet dat ik zeg dat ik onder de 4 uur zal eindigen, neen, ik probeer het programma dat daarmee overeenstemt te volgen. Niet meer, niet minder.

 

Ondanks het eeuwenoude gegeven dat hoogmoed voor de val komt, en dat het nog maar mijn eerste marathon wordt, en dat de risicograad om geblesseerd te geraken hoger ligt, zal ik toch beginnen met het programma dat net onder de 4 uur mikt. Eerlijk gezegd, ben ik er deze week al mee begonnen, zodat ik eigenlijk nog speling heb van 2 weken voor extra rust, voor extra “geen goesting”, voor onvoorziene gevallen van “te zat geweest om de volgende dag te lopen”, etc … Je kan niet veilig genoeg zijn met zo’n serieuse zaken als de marathon J….

.

Dus dinsdag 9 km gelopen aan 6.20m/km ( gemiddelde hartslag 140 ) en daarnet in, tegen, onder, boven, en met de windvlagen mee, na een ernstig genomen warming up en vóór een even ernstig uitgevoerde cooling-down een 5km-duurloop aan 5m45 / km ( gemiddelde hartslag 158 ). Morgen rust, en zaterdag 6 km aan 6m30/km, en zondag 22 km aan 6m20/km, dat zal andere koek worden.  Als dit programma te zwaar blijkt kan ik nog altijd terug naar het iets lichtere, zonder schaamrood, zonder gezichtsverlies. Je kunt anderen voor de gek houden, maar toch niet jezelf, hé !

 En als afsluiter, een beetje woordkunst, “depenisvanjezus”

De braafste lezing “de pen is van je zus”, een tweede, ietwat anachronistisch “ de pen is van Jezus”, een derde, op het eerste gezicht anatomisch onmogelijk, maar zelfs in het meervoud mogelijk voor sommige dames “ de penis van je zus”, en de laatste, weinig over geschreven maar Maria Magdalena zou er naar ’t schijnt hebben kunnen over meepraten “de penis van Jezus.”

 

Allez, loop ze nog deze week !

14:26 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

27-01-08

EARLY IN THE MORNING

Vooraleer de echte sportlui de arena betreden, Tsonga, Djokovic, Nys, Boom en compagnie heb ik voor dag en dauw mijn ding al gedaan. Op zondag om 5u45 de deur uit en één brede lange cirkel gelopen, in wijzerzin,  rond het luchthavengebied, vertrekkend in Berg, en vervolgens Steenokkerzeel, Nossegem, Zaventem, Diegem, Machelen en opnieuw Steenokkerzeel passerend, met altijd in het donker aan mijn rechterhand de verlichtende schijn van de duizenden oranje lichtjes van de luchthaven. Dit  traject meet exact 19,5 km, en als u weet dat een home-run van onze Lemmekensstraat exact 1600 meter is, tja, dan was het moeilijk om de combinatie te laten liggen. Om het in het kort te zeggen, ik heb vanochtend een half marathonnetje gelopen, solo, deels wind tegen, tweede deel wind in de rug. Tijd 2u16 minuten, gemiddelde hartslag 137. Not too bad !  Mijn eerste marathon tussen 4u en 4u30 behoort meer en meer tot de mogelijkheden.

Halverwege mijn ochtendloop bereikte ik plots een toestand van opperste innerlijke rust, ik was volledig blij met wie ik was, met wat ik was, met wat ik bereikt heb en met wat ik niet bereikt heb,… runner’s high zeker ?

Wat mag een aspirant-marathonloper niet vergeten te oefenen tijdens zijn voorbereiding ? Ja, de kringspier. Heb dit gedaan tijdens de laatste … 8 kilometer. Gewoon opspannen en aan iets totaal anders denken, bvb hoe Yiatchouk tot drie maal toe Stijnen vloert, of hoe Nys  zijn belagers op belachelijke wijze uit de wielen rijdt, of hoe ikzelf met de handen in de lucht triomferend de streep haal in de Antwerp Marathon met een fenomenale tijd onder de 4 uur…

Volgende week iets minder weekkilometers, verdeeld over 5 sessies, maar nog altijd even traag graag.

Gisteren onze beste zonnepanelen-dag, niet minder dan 7 kwh binnengehaald !

09:56 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

26-01-08

deel 2, hoe ik stopte met roken

Vervolg op deel 1 “hoe ik stopte met roken” van 20 januari. Indien nieuw op deze blog, lees eerst deel 1.

 

Eigenlijk heb ik weinig zin om dit verhaal verder te zetten, omdat het de werkelijkheid niet verandert, omdat het niet ter zake doet, en omdat alles per definitie zinloos is, ook dit verhaal dus. Ooit komt de dag dat deze blog auteurloos wordt, en dan staan deze teksten hier geïsoleerd, hangen ze als het ware ergens in een niet te grijpen realiteit, alleen wie mijn paswoord kent zal de blog kunnen aanpassen, of via google zal je op een of ander bericht kunnen stoten dat deel uitmaakt van deze blog. Maar de dwang om het verhaal te beëindigen dat ik vorige week begonnen ben, laat me geen keuze.

Eerst de hoofdzaken van de bijzaken onderscheiden. Een van de bijzaken is dat ik de ochtend van 30 januari 1995 al vroeg aan het werk was, ik wou immers nog een paar dingen afkrijgen alvorens ik mijn broer naar het AZ van Jette zou brengen voor zijn zoveelste chemokuur. Bijzaak is ook de manier waarop het mij bekend gemaakt werd , mijn schoonzuster belde me die ochtend op. Hoofdzaak is wat ze me te vertellen had, dat ik mij niet hoefde te haasten om mijn broer op te pikken omdat het spijtig genoeg niet meer nodig was, hij was die ochtend niet meer wakker geworden, en of ik wou langskomen.

Mijn broer was gestorven op de eerste verdieping boven het café, hij had de ruimte in betere tijden volledig zelf ingericht voor hem en zijn vrouw en hun zoon, om er de nacht door te brengen wanneer het sluitingsuur was uitgelopen, en ze te moe waren om nog huiswaarts te keren. Sinds hij ziek geworden was verbleef hij er vaak enkele dagen na mekaar, voor het gemak van zijn familieleden zodat er minder over en weer gereden moest worden tussen café en woonhuis. Hij kloeg zelden en cijferde zich graag weg.

Hoofdzaak is dat ik mijn twee zussen in Chicago midden in de nacht opbelde om hen de dood van hun broer te melden. Hun angstschreeuw staat op mijn harde schijf, alsook het gevloek en het geroep van zijn zoon die, door de directie van zijn school naar huis gebracht, naar boven stormt om definitief van het levenloze lichaam van zijn vader afscheid te nemen.

De 2 werkmannen van de begrafenisondernemer doen routineus en sereen hun werk, het is hachelijk om het dode lichaam via de steile trap naar beneden te krijgen. Ze ontdoen mijn broer van ring en gouden halsketting en overhandigen het aan zijn vrouw. Als ze weg zijn vraag ik aan mijn schoonzus een pint bier om van de aangekondigde, maar toch onverwachte  klap te bekomen. Ik troost mijn neef, maar hij is van hetzelfde kaliber als zijn vader, hij zeurt of klaagt niet.

Bijzaak, maar aardig detail: bij het kiezen van de doodskist vragen we de man of hij het gekozen model in het groen kan laten schilderen. Hij reageert twijfelend dat dit niet hoort bij zo een mmoie kist, maar bij ons aandringen stelt hij tenslotte dat een werkman, tegen betaling, desnoods de kist in het groen kan schilderen. Graag, zeggen we, want groen is de lievelingskleur van de overledene.

Hoe het komt kan ik me niet herinneren, maar het lichaam ligt opgebaard in het lijkenhuisje van de begraafplaats zelf, en dus niet bij de ondernemer. Achteraf komt me dit goed uit, want vanaf de volgende dag gaan mijn zus Lieve, (mijn zussen hebben de eerste vlucht huiswaarts genomen), en ik dagelijks onze dode broer bezoeken. We hebben onze attributen op zak, een kam, een borstel, een bus haarlak en een paternoster. Hij ligt op een zwartgranieten blok met hoofdsteun in de nek, wit hemd, zwart pak en zwarte das, oogkassen diep ingevallen, zijn onderlip staat lichtjes scheef, zijn huidskleur is geel tanig. Hij ziet er ouder uit dan hij in werkelijkheid geworden is. Over zijn dunne lichaam ligt een wit zijden doek, over het doek liggen zijn handen, de vingers gekruist. Om 46 te worden had hij één dag langer moeten leven.

Hem aanraken boezemt me angst in, ik durf hem amper een kruisje op het voorhoofd te geven. Mijn zus gaat tewerk alsof ze niets anders gedaan heeft haar hele  leven, ze kamt en herkamt en  borstelt en herborstelt zijn haar tot het ligt zoals ze het wil, het gewenste eindresultaat wordt vereeuwigd met haarlak. We zijn bijna altijd alleen in het dodenhuisje, en dat is goed, we kunnen ook zolang blijven als we willen, en niemand stoort ons als we foto’s willen nemen. Het invlechten van de paternoster met zwarte bolletjes tussen zijn verstijfde vingers gaat moeizamer, maar het lukt, en het verdoezelt dezelfde kleur van zijn nagels. We kunnen rustig praten tegen elkaar en tegen onze dode broer, wiens fysieke maar dode aanwezigheid we sterk ervaren.

 

Mijn schoonzus heeft me inmiddels het gouden halsketting van mijn broer geschonken, en ik voel me er toch door vereerd. Op vrijdag zal mijn broer gekist worden. Mijn zus en ik zijn weer aanwezig op het kerkhof. Dit is het moment van lichamelijk afscheid nemen, onze broer ligt waardig in zijn donkergroene kist , we geven hem een laatste kruisje en wensen hem een goede reis. Net voor de werkmannen het deksel op de kist willen tillen, gris ik het gouden halsketting uit mijn jaszak en weef het in een fractie van een paar seconden bij het paternoster tussen twee van zijn vingers, zonder voorbedachte rade, impulsief, niet waardig zijn halsketting zelf te dragen, en tegelijk om hem pasmunt te willen meegeven voor zijn lange reis. En nu kan  geen enkele lijkenpikker het sieraad ontfutselen. Er zitten 10 vergulde bouten op het deksel , één aan kop- en één aan voetenzijde, 4 aan elke zijkant. Nadat de werkman er een heeft vastgeschroefd vragen we hem zijn materiaal aan ons te geven en klaren we de klus zelf, de resterende 9 bouten worden afwisselend door mijn zus en door mij in de kist gedraaid. Ik besef dat dit back-to-the-roots is, een handeling die we niet meer plegen te doen, het eigenhandig kisten van een afgestorven familielid. De kist verdwijnt en wij gaan in een van de vele café’s aan de Vogelenzang van Anderlecht een paar stevige Ciney’s drinken.

Er rest ons morgen nog één zware dag, de begrafenis op zaterdag 4 februari.

06:52 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-01-08

FRIDAY ON MY MIND

Misschien wel de leukste dag van de week, onmiddellijk na thuiskomst vanmiddag loopkleren aan en 10,3 km gaan lopen, ja de betonweg-door-‘tveld naar Kortenberg, langsheen de welke ik de verkeerstoren zie, dan naar de watertoren van Kortenberg zelf, waar het in de zomer krioelt van de vliegtuig-spotters, en zo door het centrum van Erps-Kwerps naar het centrum van Nederokkerzeel en zo terug naar huis, een mooie brede cirkel van ruim 10 km. Heb dit traject al zo vaak gedaan dat ik op de wijze van “J’aime, j’aime la vie” eigenwijs kan zingen “J’aim’la mónotonie.” En steeds weer die passen tellen, 1120 stappen in één kilometer, “oasan dien eigensten gang, oh Blanche,…”  Duur van de loop 67 minuten, average hartbeat 135 ( is exact 75% van mijn max.), gemiddelde snelheid 6m30s per km.

 

Daarna begonnen met huishoudelijk werk, opnieuw wortelstoemp, maar, u raadt het, niet met kippenworst, maar nog eens met lekkere spiering, ’t was ook al een tijdje geleden. En onderwijl heerlijk geluisterd, nog maar de 10de keer deze week, naar fadomuziek van Misia. Een cd’tje dat ik geleend heb uit de muziekdoos van tante Mady zaliger “tanto menos tanto mais”  De zangeres zag ik vorig jaar aan het werk in de Stadsschouwburg van Hasselt, de grote zaal was amper voor een-vierde gevuld,  wat jammer voor zo’n prachtmuziek, die je niet beluistert met je verstand, maar met je ziel. Dit jaar komt niemand minder dan Christina Branco naar Hasselt, tijdig mijn ticket bestellen, je weet maar nooit, dat het uitverkocht zou geraken.

 

Daarna de twee jongsten van school gehaald, met hen binnengestapt bij de bakker voor brood, en … me laten overhalen om éclairs te kopen, wat niet zo moeilijk was, omdat ik er zelf zo’n verschrikkelijke, onweerstaanbare zin in had.( ja, meneer de juge, hij handelde uit onweerstaanbare drang…)  En van groot contentement – u kan het zelf vaststellen, ik drink niet uit miserie, maar uit louter blijdschap – dat het weekeinde er weer aankomt, nog eens een blikje Carlsberg opengetrokken, mijn eerste druppel alcohol van deze week. En ondertussen, bij het eindigen van dit blogbericht, is mijn spiering ook al opgepeuzeld, alleen opletten dat ik het klavier niet te vettig maak.

Bij deze wens ik jullie  ALLEMAAL  een spetterende vrijdag, als prelude van een nog spit-spat-spetterender weekeinde waarin Club Brugge nog verder puntenverlies lijdt, OH Leuven virtueel leider wordt in tweede klasse, en Sven Nys alsnog op sublieme wijze wereldkampioen wordt in Treviso, en de voltallige Belgische delegatie op pizza trakteert in het dorpsrestaurant, en ik misschien nog een zeer traag duurloopke van 20 km placeer, om zodoende aan mijn 50 km weektotaal te geraken.

Ps. : hoe langer ik Sarkozy zijn smoel bekijk, hoe meer ik ervan overtuigd geraak dat hij een bastaardzoon van Louis de Funes is.

Ps2 : vindt u ook niet dat juffrouw Van Elsen er letterlijk maar vooral figuurlijk nogal "magerkes" voorkomt ?

17:51 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

23-01-08

de zondagavond-blues voorbij ...

Van de blues naar oranje-rood vreugdegevoel. Ik verklaar me nader. Zondagavond had ik weer de “zondagavondblues”, het begint steevast rond 17 uur, als ik besef dat het weekend weer voorbij is, en dat er mij, gezien mijn leeftijd van 44,  slechts een goeie 1500 weekends nog te beurt zullen vallen. Om aan de malaise in mijn hoofd te weerstaan ben ik dan maar een uurtje gaan lopen.

Maandag en dinsdag zijn twee dagen om veel te werken en om dus snel te vergeten, er gebeurt niet veel meer dan opstaan, eten, werken, thuiskomen, eten en weer gaan slapen.

Dinsdagavond is al een leuke avond want dan loop ik voor het eerst in de nieuw-begonnen week. Als ik Stef naar de karateles breng om 18 uur, laat ik mijn wagen op de parking staan van de sporthal en vertrek voor een looptocht van ongeveer 60 minuten.

En dan komt woensdag er aan, en kleurt de hemel helemaal oranje-rood in mijn gedachten,( in werkelijkheid was dinsdag een zonnige dag, mijn zonnepanelen genereerden zowaar 6,64 kwh) en ben ik Jezus, Boeddha ( en ja waarom niet?,  Mohammed ook ) dankbaar dat ik nog een goeie 1500 weekends zal mogen meemaken in dit aardse bestaan. Over Boedhha gesproken, mijn oudste broer zit met zijn vrouw in Myanmar (Birma), hij is er toch wel in geslaagd om een e-mailtje te sturen van ginder zeker, “onnoemlijk veel pagodes en toch allemaal verschillend,temperatuur rond de 30 graden. Vandaag naar een tempel geweest waar we de honderden monniken in lange rijen zagen aanschuiven voor hun dagelijkse portie rijst : de jongste waren amper 8 jaar. Morgen een cruise met de boot op de Ayarwaddy-rivier en met de paardenkoets naar een bouddhistisch klooster.”

Allez, ’t ziet er naar uit dat het leger (met steun uit China) daar den boel heeft kunnen kort houden.

Daarnet een 10,5 km gelopen in 65 minuten, hartslag 141, het voelde goed aan, en bij nader bekijken  van deze cijfers is dit het tempo om rond 4u20 te eindigen in Antwerpen. Mijn zwakke ik zegt “moet net kunnen”, mijn sterke ik denkt dan weer dat ik het sneller kan en misschien zelfs wel in 14.400 seconden. Ach, we zien wel. De komende weken probeer ik het weektotaal boven de 45 km te houden.

Ik wacht nog eventjes om naar de dokter te bellen voor het resultaat van mijn faeces ( neen, niet mijn gezichten, maar mijn … ka…ka ), maar ik kan u nu reeds vertellen dat het weer is zoals vroeger, en bij deze beloof ik mijn vrouw dan ook plechtig om dit onderwerp figuurlijk niet meer op te rakelen ( censuur vanuit de eigen rangen ? ), er zijn geurvollere dingen om over te bloggen, nietwaar ?

19:07 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-01-08

hoe ik stopte met roken

Ergens in de tweede helft van 1994 verneem ik van mijn schoonzus dat bij mijn broer Christian iets abnormaals werd vastgesteld in de keel. Mijn broer zou me later vertellen dat het eigenlijk de tandarts was die hem doorgestuurd had voor verder onderzoek.

 

Mijn vroegste herinneringen aan Christian. Mijn geheugen vermoedt dat het een zaterdagmiddag is, eind jaren ’60, maar heel zeker ben ik hier niet van. We wonen aan het Rad in Anderlecht, Minister Wautersplein nr 8. Ik zie een grote broer afscheid nemen van de andere broers en zussen, hij heeft groene kaki kleren aan en draagt een grote lange tas in dezelfde kleur om de schouder. Mijn geheugen van vele jaren later denkt dat dit het ogenblik is dat hij definitief ons huis verlaat en als enige van de  kinderen besloten had mee te gaan met vader die moeder verlaat. Echtscheiding avant la lettre,  7 kinderen, ik ben de jongste. In de hoek van de woonkamer hangt een klein peervormig zwart toestel, waarop een draaischijf met nummertjes  verschillende zenders in de anachronistische ether stuurt, dit heet radio-distributie, ik denk dat de brt-top 30 toen al bestond. Ik draai graag aan de knop van de radio-distributie, een soort draad-omroep die tegen een vaste vergoeding (sociaal tarief ?)de woonkamers binnenkomt; “Aan mijn darling, ver van hier, schrijf ik iedere dag een liefdesbrief …” Ik herinner mijn moeder niet op dit geheugenplaatje, ik denk dat Christian-milicien het goede moment afgewacht heeft om ervandoor te muizen…

 

Verder onderzoek wijst op larynx-kanker. Internet bestond nog niet, maar mijn schoolvriend Jan de Brouwer, bij wie ik informeel te rade ga, is net NKO geworden en is duidelijk, heel duidelijk, “heel dodelijke kanker, typisch bij rokers-drinkers.”  In eerste instantie wordt hij een paar keer geopereerd, er worden stukken weggesneden, vermoed ik.  De volgende maanden rijd ik op regelmatige basis met grote broer naar Jette voor chemo. Ik heb inmiddels besloten te stoppen met roken. Van meer dan twee pakjes per dag naar 0 sigaretten per dag, van de ene op de andere dag.

 

Andere herinnering aan Christian ( nr 2 van de bende van  7 ), zij het indirect. Ergens jaren 70 verhuizen we naar de buurt van de St Jozefskerk van Anderlecht, Werktuigkundestraat 16. Mijn moeders nieuwe vriend begint er een meubelzaak. Begin van gouden tijden. Ik herinner me dat mijn broer woont in het huis waarvan ik de achtergevel kan zien als ik uit het keukenraam naar buitenkijk. De werkplaats van moeders vriend grenst aan de achtertuin van mijn broers huis aan de Bergensesteenweg. Ik verneem dat hij vader geworden is van een schattig dochtertje, maar weinig tijd later  hij en zijn vrouw uit elkaar gegaan zijn. Soms zie ik hem op bals in Anderlecht. Als jongste kind ga ik mee met de oudere broers en zussen naar de optredens van de Carpet Beggars, Christian is de drummer van het orkest. In hun beste jaar halen ze 100 optredens ! Op het einde van het optreden, als ik al niet lig te slapen op twee tegen elkaar geschoven stoelen,  mag ik soms bij hem op de schoot aan het drumstel, stokken  in mijn handjes, mijn handjes in de zijne “ Du, du allein kannst mich verstehen, du …”

 

Mijn broer is ook meubelmaker – installateur van keukens, heeft twee gouden handen. In mijn herinnering is hij de beste in zijn stiel, en hiervoor baseer ik mij op twee gegevens. Hij werkt als zelfstandige, maar uitsluitend voor het gerenommeerde duitse luxe topmerk Poggenpohl. Hij is zo goed dat een joodse familie, voor wie hij een keuken geplaatst heeft in hun Brusselse woning, hem verzoekt een week naar Jeruzalem te reizen om daar in hun thuisverblijf eveneens een keuken te installeren. Ik heb jaren dit verhaal verder verteld omdat ik zo fier was op mijn grote broer.

 

Jaren verstrijken na de seventies.  Als mijn oudste zus Rita (nr. 4 van de bende van 7 ) ergens in de 80’er jaren Chicago verlaat om weer in België te komen wonen, spoor ik als student regelmatig van Leuven naar Brussel-Zuid. Ik blijf logeren bij haar in Scheut, en het duurt niet lang vooraleer ik opnieuw dankzij zus Rita kennis maak met mijn broer Christian, anno 1985, 15 jaar na de laatste ontmoeting. Hij woont in de Dorpsstraat, dichtbij het Dapperheidsplein, we ontmoeten elkaar vanaf dat ogenblik zeer regelmatig om een paar pinten te pakken in de Lion Belge. We schieten goed met mekaar op, we zijn eerder zwijgers, kunnen een hele tijd naast elkaar zitten de krant lezen, sigaretjes roken, en om beurten elkaar een pint tracteren. Ik geniet van deze ontmoetingen. Als we praten tegen elkaar is het omdat we iets te vertellen hebben, en anders zwijgen we wijselijk. Een  paar jaren later werk ik trouwens in Anderlecht,  is zijn (tweede) vrouw een volksstaminee begonnen op de Chaussée de Mons aan het Rad, au Pigeon de Rome, - op een steenworp van de ouderlijke woning waar ik hem als soldaat met pak en zak zag vertrekken, - en in de andere windrichting ook op een steenworp van de woning waar we de meubelzaak begonnen waren - en vanaf die tijd we zien elkaar bijna wekelijks. Ik ben pas getrouwd, en als een echte boekhouder houd ik al mijn uitgaven nauwkeurig bij. “ Gaat ge die pinten, die ge hier betaald hebt, misschien ook opschrijven ?” vraagt mijn broer, “natuurlijk” knik ik, en hij moet eens lachen zonder expliciet te oordelen, “allez, santé !”

Tijdens het schrijven van dit bericht besef ik plots waarom ik heel mijn leven Het Laatste Nieuws ben blijven lezen, niet de standaard, of de morgen, of het nieuwsblad. Christian kocht ook deze krant, en zijn favoriete artikel was het toenmalige “minimaaltjes” waarin een journalist op ludieke wijze de actualiteit belichtte. Hij las het me vaak voor, en ik liet hem dan begaan, ook al had ik het zelf al eerder gelezen.

 

Tegen de kerstperiode van 1994 waag ik het zijn huisarts op te bellen om te weten hoe het werkelijk met hem staat, “ ik zal voorzichtig zijn, maar eerlijk,” zegt de inderdaad oprechte man, “maar je broer zal maximaal nog één jaar leven.” Tijd voor mij om in actie te schieten. Er is maar één ding dat ik kost wat kost wil realiseren. Mijn oudste broer ( nr 1 van de 7 dus ) en Christian hebben al jaren (20 ?) geen contact meer met elkaar, de oudste is trouwens peter van de inmiddels volwassen geworden dochter van Christian. Ik breng mijn oudste broer de onheilsboodschap, en hij doet wat hij moet doen. Een paar dagen later vertelt Christian mij dat mijn oudste broer hem is komen opzoeken in het café, dat ze wat gedronken hebben, en dat hij blij is dat hij hem weer gezien heeft. Ik zit er wat vals bij en zeg “ah, tof “ en vraag me af of hij zich vragen stelt bij dit onverwachte bezoek. Nieuwjaar passeert, we wensen elkaar ‘een goede gezondheid’ ( hoe idioot, maar niet slecht, kunnen mensen tegen elkaar zijn ), mijn broer vermagert sterk, maar hij houdt zich flink, zit soms voor zich uit te staren, soms te lachen en te genieten van een sigaretje, zeurt nooit, en vindt van zichzelf dat hij er begint uit te zien als “ene van Ausschwitz”, ik bedenk dat ik hem geen ongelijk kan geven maar moet toch even slikken bij deze vergelijking.

(wordt vervolgd)

08:38 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

19-01-08

N I C E A N D S L O W

Deze morgen al om 3u30 wakker, en toen ik bedacht dat Justine Henin wel eens aan het spelen kon zijn, kon ik de slaap niet meer vatten, en ben dan maar opgestaan. Natuurlijk was het een andere match, Blake tegen Grosjean, en die vententennis interesseert me geen (tennis)bal, tenzij er een of andere verrassing in de maak is.

Heb dan maar de koptelefoon opgezet om naar de herhalingen van het het vrt journaal te kijken, heb een paar potten en pannen afgewassen, de vaatwasser leeggemaakt, de wasmachine leeggemaakt en de was opgehangen in de garage. ( wij hebben een modern huis met garage, waar nooit een wagen in staat, maar waar de was wordt opgehangen in de winter, waar onze Matt’s 50 cc scooter staat, en onze 250 cc scooter, waar de omvormer van de zonnepanelen hangt, alsook mijn natte loopkleren na de training, onze Matts vuile kleren na de voetbaltraining ( drie keer per week + match op zaterdag),   idem dito voor de kleren van kleine Stef ( twee voetbaltrainingen en 1 match in ’t weekend ), alsook zijn vuil judopak den dinsdag, Dorien haar koffers en vuile was als ze terugkomt van het internaat de vrijdagavond, -…had ik geweten dat ik 4 kinderen zou gekocht hebben, hawel, ik zou een dubbele garage voorzien hebben…- ) Dus vannacht de was opgehangen. De stijl van het vrt journaal is blijkbaar veranderd, met dikke koeien van letters wordt elk onderwerp nog eens op het scherm gespeld. Heb de laatste weken practisch geen tv gekeken, “ah nee, ge zit altijd op uwen blog.”

 

Vanmiddag met schoonbroerke-loopmakker anderhalf uur gaan lopen, hij heeft een nieuwe polar met foot-dinges, allez zo’n gps’ke, dat zei dat we 13 km gelopen hadden aan 8,5 km /u.

Dit brengt mijn weektotaal op 39, na 46 van vorige week, maar u kunt mijn motto, nice and slow, vooral slow. En vanaf 11 februari starten met Steffny’s 10 weken schema voor een gewenste eindtijd van 4u20m. Het belangrijkste blijft evenwel aankomen. Voor de nieuwsgierigen ziet mijn schema voor week 1 (11 febr.) er als volgt uit: maandag rust ( voilà zie, dat begint zeer naar mijn goesting ), dinsdag duurloop 60 min aan 6m30sec / km / woensdag weer rust / donderdag snelle duurloop van 5 km in  6m / km + opwarming 2,5 km en idem cooling-down / vrijdag weer rusten / zaterdag duurloop 40 min 6m30sec/km en als toetje zondag lange duurloop van 22 km in 6m40sec / km.

Nog 92 dagen scheiden mij van Antwerpen.

Spreken de webloglopers ergens af voor of na de wedstrijd ?

Vanavond nog naar Anderlecht gaan kijken, maar vermits ik geen alcohol mag drinken, zal ik vroeg thuis zijn en op tijd in mijn bed liggen. Met mijn diarree lijkt het de goede kant uit te gaan, nog twee dagen de kat uit de stront kijken vooraleer we zeker zijn.

16:51 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |