18-06-08

ode aan tom compernolle

Bij de dood van deze atleet, die ik alleen van naam en van ziens kende, kwam spontaan dit gedicht in me op. Ook gaan mijn gedachten naar zijn zoontje van 7. Ik was 6 toen eenzelfde afscheid mijn pad kruiste, en, avant-la-lettre, ook mijn ouders waren toen al "gescheiden van tafel en bed" zoals dat toen heette. Vooral het Noodlot fascineert mij...

...Een dorpsgenoot besloot enkele maanden geleden om gezondheidsredenen met de fiets naar het werk te rijden en vond een paar weken weken later de dood op de Haachtsesteenweg.  Een atleet gaat naar het leger om "inkomen en sport" beter te kunnen combineren,... een tuinman vlucht naar Ispahaan om de dood te  ontlopen, ... Herlees desnoods een paar keer de laatste vier regels ! ... Ziehier mijn bescheiden bijdrage aan de sterkte die de naasten wordt toegewenst.

Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: " Heer, Heer, één ogenblik!


Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot ,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.


Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!"-

Van middag ( lang reeds was hij heengespoed)
heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

" Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
" Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: " Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."

P.N.van Eyck.

20:54 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.