05-05-08

op naar het volgende weekend !

Toen ik zondag voor de laatste keer wakker werd in een periode van  « 4 keer opstaan zonder te moeten gaan werken » wist ik nog niet dat na de middag de zondagavondblues er zat aan te komen. Het was al een tijdje geleden, en na dit super lange weekend, eigenlijk een tikkeltje te verwachten. Ik probeerde dan maar mijn zondagloopje met Dorien redelijk laat in de namiddag te plannen, zodat ik nog even in het lopersroes de avond kon ingaan. Vanaf dan moest ik me ook weer extra concentreren op het hier-en-nu, en niet morgenvroeg-en-ophetwerk. Nu genoot ik van het opruimen van de keuken, en nu genoot ik van de snookerfinale, en nu genoot ik van het baardscheren. Morgen lag nog een eind van me af. Is het het vooruitzicht van het routineuze werkende bestaan dat me dof maakt ?  Of ligt het eerder in het inzicht dat er een einde komt aan iets dat leuk en onbekommerd is geweest ?  Ik vermoed dat het het laatste is. Dan moest ik me maar even flink inprenten dat ook die maandagvoormiddag voorbij gaat. En zo liep het inderdaad weer, net als iedere keer. Vanmiddag reed ik om 12 uur naar huis voor lunch, en ik besefte dat de kop eraf was van deze werkweek, en dat mijn gedachten al vooruit mochten zwerven richting volgend weekend, met een spetterend communiefeest in het vooruitzicht, weerzien met broers en zus en vooral met de zoon van mijn broer zaliger, die inmiddels ook al een klein gezinnetje heeft. En bovenal, zondag 11 mei wordt gevolgd door een feestdag op maandag 12 mei, m.a.w. het zal niet te snel afgelopen zijn …op ons tuinfeestje. Nu ja, lichtelijk uit de kluiten gewassen, 36 volwassenen en een 30-tal kids tussen 1 en 17 jaar, verdeeld over twee lange rijen tafels (zoals in die reclame van Belgische kazen van vroeger met die enorme lange tafel J ) En het kan maar best niet regenen, want mijn koppig karakter vertikt het om een tent te zetten, desnoods allemaal binnen, en de kinderen in de kelder ( de onze is alleszins ruimer dan die van Fritzl J )

Wat het lopen betreft, heb ik me voorgenomen om weer intensief op zoek te gaan naar de flow, de stroom van gelukzaligheid die je kan bereiken tijdens een duurloop, niet te traag, maar zeker niet te snel voor het eigen lichaam, sterk geconcentreerd op het ondergaan van positieve gevoelens tijdens het bewegen, zo eentje waarvan je achteraf zegt “ik heb lekker gelopen.” Pas begin augustus begin ik weer aan een 10-weken-schema voor Eindhoven 2008. Er moet trouwens maar 1minuut en 25 luttele seconden progressie gemaakt worden om onder de 4 uur te gaan J. Tot dan veel, mooi, met plezier en traag, genietend van de omgeploegde velden en van de miniscuul netjes onderhouden moestuintjes, er zullen ongetwijfeld wel wat kilootjes bijkomen, maar die gaan er achteraf wel weer af.

20:37 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

02-05-08

de modderduivels in averbode

Ik heb weinig toe te voegen aan de verslagen van de andere weblog-deelnemers aan de Abdijentocht, tenzij volgende punten. De modderduivels waar hier en daar naar gealludeerd wordt, waren niemand minder dan mijn dochter en ikzelf. Maar ja, ik had het aangekondigd, en ik doe wat ik zeg. We hebben er beiden van genoten om zo het kind uit te hangen en te trachten de modder tot in elkaars aangezicht te doen opspatten. Het spijt mij en mijn dochter ten zeerste :-) dat we sommige mensen door onze actie tijdens het lopen een beetje gestoord hebben. Andere mensen konden dan weer enorm lachen om onze fratsen. Tweede puntje; volgend jaar zal ik er weer zijn ! Derde puntje, de tongerlo-trappist is niet slecht maar het zijn te kleine glazen als je gewoon bent om uit Leffe-glazen te drinken. Daarom heb ik het gezelschap dat mij vergezelde in Averbode nog bij me thuis uitgenodigd voor het verorberen van een schotel paëlla Valenciana, aangevuld met nog drie Leffe's de man ( de vrouwen iets minder. ) En het ging vlot naar binnen ... de paëlla. Chapeau voor Tinne die zo maar eventjes 150 km fietst met maatje Ilse om naar een bunch lopertjes te komen kijken.

Tinne, al uitgerekend hoeveel km heen en terug naar de 20km van Brussel ?

 

18:04 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

30-04-08

Von Hamburg nach Amstetten ...

Al meer dan twee weken zit ik bijna dagelijks te luisteren naar een cd , die ik al bijna 10 jaar in mijn bezit heb en die luistert naar de in het engels vertaalde titel  “The Era of Melissanthi”. Het is een muziekstuk dat het midden houdt tussen een musical en een door een jeugdkoor gedragen zangwerk, met een volledig klassiek orkest met strijkers en blazers, een paar puike bouzouki-spelers en de wonderbaarlijke stemmen van Maria Farantouri en o.m. Vassilis Lekkas. Teksten en muziek zijn integraal van Manos Hadjidakis (1925-1994). Goed, zegt je misschien niet veel, maar als je bvb Theodorakis kent als bekendste componist, dan ken je nu ook de tweede grootste griekse componist. Sommigen onder jullie kennen misschien de film ( of althans het bekendste liedje uit deze film met dezelfde titel) “Never on Sunday”, over een jonge prostituee in de haven van Piraeus, gespeeld en gezongen door de godin Merlina Mercouri. Of het andere liedje uit deze film “children of piraeus” ( “les enfants de pirée”) ? Wel, de muziek is van de hand van deze Manos Hadjidakis, die er tevens een Oscar voor ontving. Nog steeds geen klein bier, toch. In zijn voorwoord verwijst Hadjidakis ( ook Nana Mouskouri heeft sommige van zijn nummers vertolkt, ja, die met haar zwart brilleke kent ge wel,hé ) naar een merkwaardig verhaal dat hij in een duitse na-oorlogse, vergeelde krant gelezen had. Vrij naverteld luidt het artikel als volgt : een vrouw had door de tweede wereldoorlog al haar familieleden verloren, in haar eenzaamheid en om te kunnen overleven, drijft ze handel in de liefde en verkoopt haar lichaam in de verwoeste havenstad Hamburg.  Op een avond, terwijl ze door de donkere straten van de haven doolt, ontmoet ze een jonge soldaat, die net terug is uit een lang krijgsgevangenschap. Ze gaan naar een goedkoop, goor hotelletje om er de liefde te bedrijven, en in bed herkent ze aan de de talisman rond zijn nek dat het haar eigen zoon is. Radeloos verlaat de jonge man het pand om zich te verdrinken in het ijzige water van de haven. En zij, zij verliest haar verstand, en is eeuwig als een waanzinnige haar zoon blijven zoeken in de haven van Hamburg…

Ik vind dit zo een prachtig verhaal… het doet me eigenlijk meer dan dat verhaal van  Jozef  F. in Amstetten in Oostenrijk. In het Hamburg-verhaal draait alles om het noodlot, das Schicksal, er komt geen Kwaad aan te pas, geen Macht, geen Manipulatie van de Ander. Het Oostenrijkse verhaal is bezeten van de Duivel, van Machtswellust van een psychopatisch Manipulator. Men gooie Jozef Fritzl van de hoogste Oostenrijkse berg, men vermijde zijn naam nog ooit uit te spreken. Hoe diep kan een mens in zijn eigen gedrocht verzinken ?  En zijn vrouw, idem dito, hoe kun je nu zo blind zijn, zo gelaten alles ondergaan, je man die (bijna) dagelijks een paar keer naar de kelder verdwijnt, terwijl er zelfs geen wijn gestockeerd staat, dan moet je je toch afvragen wat die daar uitspookt, en dan die kinderen die aan de deur worden afgezet door je zogeheten weggelopen dochter… Man, man, man, miserie, miserie, met een knipoog naar Hamlet maar eindigend zeker  “Something has rotten in the state of  Austria.” Als Jozef Fritzl op jonge leeftijd was beginnen joggen … tja, dan was het nooit zo ver gekomen J  Het bloggen had hem beslist ook kunnen helpen J Terwijl voor heel, zelfs ongeletterd, Europa de uitdrukking www. een betekenis heeft, moeten deze kelderbewoners nog in contact gebracht worden met computers, met internet,…zelfs met een klavier, met een muis, …nadat ze eerst moeten leren aan het daglicht gewoon te geraken. Wat zou mevrouw Fritzl momenteel aan het doen zijn? Kopje thee met Sachertorte ? Of aan de andere kinderen, die bovenvloers leefden, uitleggen wat opa werkelijk in de kelder ging doen, “Nein, hij kweekte daar geen champignons, hij ging jullie Geschwister eten geven.” Het zou me niet verwonderen als de komende dagen bekend geraakt dat die zak zich ook nog vergreep aan zijn (klein-)kinderen.  Gruwel…, en morgenvroeg is er… koffie en daarna… Abdijentocht !

21:28 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

27-04-08

those were the days

Zondag late namiddag, ergens tussen 17 en 18u. Ik heb nog steeds het gevoel alsof ik in een zalige vruchtbare manisch-achtige fase zit – er moet serieus wat poeier losgekomen tussen mijn hersencellen vorige zondag gedurende de net-iets-langer-dan-4-uur-durende marathon van Antwerpen, want ik heb er nog steeds geniet van- en de dingen lopen van een leien dakje. Zelfs de zwakke prestatie van dochterlief Dorien op het PK 1500 m, slechts 3de in een zwakke tijd van 5m04sec., waarbij ik me vroeger minstens 24 uur slecht zou gevoeld hebben en al voorbarig aan haar sportieve toekomst zou gaan twijfelen zijn, kan me niet echt van de wijs brengen. En het waren twee wijze dagen. Een aantal items konden we dit weekend van ons to do-lijstje voor het komende eerste communie feest schrappen : de hagen scheren – feestservies met de hand afwassen en afdrogen – rommel langs de kant van het huis naar containerpark brengen – tuinhuis ordenen – carport leegmaken – bestellijst opstellen - … Het gaat dus vooruit. Er bleef zelfs tijd over om 62 minuten te lopen vanmorgen ( donderdag jl. ook reeds 7 km herstelloop achter de rug ). Tijdens de afwas deze middag zalig met koptelefoon “La Liègi” ( Luik-Bastenaken-Luik ) gevolgd op tv. Voor de regelmatige kijkers; je moet er eens opletten als Michel Wuyts en Van Nieuwkerke samen  commentaar leveren hoe vaak ze zich amuseren met tussen de regels door vunzige, op het randje af, minstens dubbelzinnige opmerkingen te maken over het koersverloop. Grappig en leuk voor de goede luisteraar. Met Michel Wuyts heb ik even kennisgemaakt na afloop van de 12 km eindejaarscorrida van Leuven ( had ie zelf ook uitgelopen) toen ik hem vroeg mijn groeten over te maken aan mijn oude studiegenoot Lieven van Gils ( die met zijn klein wipneuzeke ). Het waren me ook fameuze jaren tussen 1982 en 1986, de grootste varkens zitten nu 1/ achter dit klavier,  2/ die met zijn klein brilleke die nu de politici het vuur aan de schenen legt, Ivanke de Vadder, and last but not least 3/ Joëlleke de Ceulaer ( die elke week de “op het 2de gezicht” column schrijft in Knack). Ik mag deze twee jongens varkens noemen, ze zullen me geen proces aandoen, precies omdat ze niet kunnen weerleggen dat ze samen met mij de grootste zuipschuiten en pleziermakers van Germaanse waren, vooral Joël, die ook het meest rebel gebleven is, als ik zijn columns goed lees. Lieven van Gils was nen brave. Meer dan 20 jaar later is het leuk om te zien wie wat geworden is, maar vooral wie welk soort mens geworden is. Ik was vroeger al de minst streverige, buiten beschouwing gelaten mijn eerste partiële examens in eerste kan. ( heet nu 1e bachelor ) waar ik nog AAA haalde op Nederlandse zinsontleding, en AAA op wereldliteratuur. Maar nadien waren het nog enkel B’s en C’s ( een C, als ik me goed herinner, want het is zo waanzinnig lang geleden, kreeg je als je geslaagd was over de hele lijn maar op dat vak geen 12 op 20 haalde ) In eerste kan ( 1ste bachelor ) was ik met eerste zit geslaagd met zo’n 10-tal C’s, met de hakken over de sloot, met de nadruk op “over” (met 56 van de 200 waren we geslaagd in de eerste zittijd), maar het waren prachtige tijden, waarin we nog op zoek waren naar onszelf, dagen aan een stuk romans lazen (en ervan droomden ooit de nieuwe Boon of Maarten ’t Hart te worden), op de oude markt veel cafébazen kenden, in de Bogaardenstraat naar fuiven gingen in het “Lido”, dat een  prachtig balkon-verdiep had, waar je toen nog sigaretten kon staan roken, terwijl je je lief tussen twee inhaleringen door tongzoende.

Gelukkig zijn we met het roken gestopt, en drinken doen we nu meer gecontroleerd ;-)

Tijd om af te sluiten, met een mooie abdijentocht in het vooruitzicht op 1 mei. Benieuwd of Van Krunckelsven ook dit jaar aanwezig zal zijn, nu er geen verkiezingsdrukwerk moet uitgedeeld worden, maar lopen kan ie wel degelijk! Loop en werk ze de komende drie dagen !

18:32 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

24-04-08

de smaak naar meer ...

Het is donderdagmiddag, half dagje ouderschapsverlof, de pizza zit in de oven, het rode glas wijn staat naast me, de bouzouki van Dalaras klinkt luid door de sprekers tot in de uithoeken van de mezzanine, waar ik achter mijn klavier zit, licht euforisch alsmaar meer na te genieten van wat ik zondag gepresteerd heb. Door de reacties van anderen, lopers, maar ook volslagen leken, krijgt het “uitlopen van een marathon in een niet-beschamende tijd” een extra aureool.

Ik begin stilaan te beseffen dat ik een topprestatie geleverd heb. Natuurlijk, alles is relatief, maar ik besef dat ook die mensen die bijna 5 uur of  langer nodig hadden, aan de start gekomen zijn met ettelijke uren training achter de kiezen, anders haal je gewoon de finish niet.

Dinsdagochtend kon ik alweer normaal, pijnloos stappen, en op dinsdagavond lukte het al om als vanouds de trappen op en neer  te lopen –“kijk, kinderen, zonder handen, en met twee treden tegelijk”. Alle leed is vergeten, alleen de honingzoete smaak van de overwinning op jezelf ( dan ben je eigenlijk tegelijkertijd overwinnaar en verliezer !) blijft op je papillen kleven, af en toe overgoten door wat tannine-rijk vocht. En in je hoofd broeden de plannen… En zoals je weet, kan ik geen geheimen bewaren, mijn eenvoudige levensmotto “zeggen wat je doet, en doen wat je zegt” dwingt me het wereldkundig te maken : neen, er komt geen vijfde kindje bij ( god, stel je voor, zeg ), maar wel een tweede marathon, EINDHOVEN 2008.  Heel even heb ik gedacht ze sneller elkaar te laten opvolgen, à la Koen VSTK, maar ondanks alle respect voor zijn prestaties en tijden, wil ik minder en langer-geprepareerde marathons leveren. Shit, hier doe ik toch weer een zeer zware mezelf hypothekerende uitspraak. De ene lezer zal denken “knap, gedurfd”, de andere zal denken “hey, stukske dikke nek van Brussel” Maar ik kick op uitersten, vandaag alles-geven en morgen in zak en as in een hoekje wegkwijnen. Na 44 jaren begin ik mezelf beter te kennen.

Over Brussel gesproken. Dikke paniek toen bekend werd dat alle beschikbare inschrijvingen voor de 20km van Brussel  de deur uit waren. Maar na het lopen van een eerste marathon komt de oosterse, bezadigde ( niet “bezatte”) wijsheid vanzelf naar boven. Eerste vraag. Wie is nog in het bezit van zijn diploma van een vorige editie 20 km van Brussel? Ik althans niet. Tweede vraag. Wie heeft er vorig jaar, als finisher rond 1u55 of later, meer dan 5 minuten staan aanschuiven alvorens hij of zij met de aan zijn schoen bevestigde chip over de eindmeet kon passeren (pieppieppieppieppieppiep ….) Ik alleszins wel. Derde vraag. Welke knappe meid of frisse jongen die langs de kant drankjes staat uit te delen, zal mij in mijn mooie rode functionele t-shirt met opschrift “Antwerp Marathon 2008” een drankje durven te weigeren? Vierde vraag? Waarom geld uitgeven als het ook gratis kan ? Vijfde en laatste vraag, u voelt hem komen,  nietwaar : waarom zou ik me überhaupt inschrijven voor de 20 km van Brussel om die te willen lopen ????  Dus, einde mei zal ik er staan, lekker in de illegaliteit, totaal anoniem. En wettelijk doe ik nog niets verkeerds ook. Want het is pas bij het inschrijven dat je je akkoord verklaart met de wedstrijdverordeningen ! Het leven is leuk, ondraaglijk licht, als de oplossingen voor de hand liggen. Over ondraaglijke lichtheden gesproken, kan iemand mij vertellen waarom “Jess-jogt” sinds 7 april niets meer geschreven heeft op deze blogsite ?

Waar wordt er afgesproken in het Jubelpark? Aan de stand van AZG misschien ? Let me know. En nu aan het werk, rommel opruimen rond het huis voor het communiefeest op 11 mei!

13:28 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

22-04-08

ANTWERP MARATHON deel 2

Vanaf Rivierenhof volgen de kilometerborden elkaar verbazingwekkend snel op. Ik had het gevoel dat ik de minuut achterstand op mijn 4 uur-schema alsnog met gemak zou kunnen dichten. Aangezien ik de oudste was van dit trio, en een grote boekenkennis over het marathonlopen etaleerde werd ik als de mentor van het drieluik beschouwd, ik porde hen aan, en niet andersom. De jonge Chris deed mooie stroken kopwerk. Op km 30 werd Bruno opgewacht door zijn fietsende echtgenote, voor hem het teken om te vertragen en ons vooruit te schreeuwen “loop verder, jongens, en succes.” Het werd stilaan iets moeizamer, de kilometers werden zwijgzamer dan voorheen afgewerkt. Hier ergens loop ik plots naast een beige bandana, ik kijk naar links en herken de gebeitelde kop van Koen Van Steenkiste. “Hey, Koen, ik ben Marc Devloo,” groet ik hem en we slaan high five. Ik heb zin om nader kennis te maken, maar het kan gewoon niet op dit ogenblik. Koen verbijt de pijn, of ik beeld me dat in althans, waardoor ik me auto-suggestief weer een tikkeltje beter voel. (Sorry, Koen, volgende keer een Leffe samen, desnoods voor de start !) Ik constateer op mijn stopwatch inmiddels een achterstand van 2 minuten op het 4 uur-schema. “4 uur en 5 minuten is ook niet slecht als marathondebuut, niet waar, Chris,” zeg ik tegen mijn kompaan. “Ook niet slecht,” antwoordt hij. Bij km 32 zeg ik “ Chris, we maken er een leuk spelletje van, we tellen de lijken die we passeren.” Chris antwoordt “Ja, we tellen ze.” 1,2,3,4 … tot 10 stuks op een paar honderd meter. Het geeft moed. Als we km 33 voorbijlopen spreek ik opnieuw op hem in  “kom op, Chris, denk niet aan wat komen moet, maar alleen aan het hier en het nu, dat je op weg bent van 33 naar het volgende witte bord waarop het rode cijfer “34” prijkt.” “Ja,” zegt hij, “op weg naar 34.” We juichen en ballen de vuist naar elkaar als we de 34 passeren. “Kom op, Chris, nu alleen denken aan de bananen die we krijgen op 35.” Chris antwoordt “ja, bananen.” Op 36 opent Chris  voor het eerst als eerste onze korte dialogen, zijn langste zin     Ga maar, Marc, het lukt niet langer aan dit tempo voor mij.”   Vanaf hier begint mijn eigen calvarieberg. Ik trek mijn harstlag op met 4 hartslagen, van 160 naar 164, en denk nergens aan, mijn ogen staren naar een punt dat altijd ongeveer twee meter voor me uit blijft. Ik bedenk dat dit eigenlijk het mooiste moment moet worden van mijn onderneming, alleen op deze wereld en op eigen kracht het ene been voor het andere zetten. Een korte prikkel kan ik mezelf bezorgen door eerst met de linkerhand links en vervolgens met de rechterhand rechts mezelf een Lars Boom-mep op mijn smoel te verkopen.(voor de toeschouwers moet het ook ludiek blijven ) Ter hoogte van Bolivarplaats helpt een eenzame trommelslager de kadans er in te houden. Uiteindelijk staat hij daar ook maar alleen, en voelt zich misschien zieliger dan ik. Op deze plaats loopt iedereen dwars over het plein, dus ook ik, het plein is betegeld met gladde stroken en stroken met klinkertjes. Voor me fietst een vent op het makkelijk lopend gladde stuk, ik moet op de klinkertjes, steek hem voorbij en denk bij mezelf ‘klootzak’ als ik de pijn in mijn knieholtes voel. Ik kijk nog eens op mijn polar bij km 40 en de 2 minuten achterstand blijven, ondanks de 164 harstlag. Op de kaaien blijf ik de ene sukkel na de andere voorbijlopen ( ik weet dat ze dat niet zijn, maar op dat ogenblik helpt het mij agressief te denken ) en ik haal mijn laatste truc boven, stappen tellen zoals ik uren lang gedaan heb tijdens de trainingen, bij elke 4de rechtervoettoets tel ik 1, en 2 ,… ik weet dat ik  12 tellen nodig heb per 100 meter,… 24,36,72,84,96, 108, 120 . Ik moet nu ongeveer ter hoogte zijn van km-bord 41, maar zie niets. Opnieuw beginnen tellen voor de laatste kilometer… voor me uit zie ik lopers rechts afslaan, ik weet dat daar de Markt is, maar heb er geen benul van hoeveel meter het dan nog is tot de eindstreep. Als ik zelf de markt opdraai, staat er een meters dikke haag rechts en links, ik waan me op Alpe d’Huez, de laatste druppels adrenaline jagen mijn hartslag naar 178, ik roep “aan de kant” tegen de stumperds ( agressief denken, weet je) en ik spurt verder alsof mijn leven ervan afhangt voor plaatsje 961 ! Op het oranje tapijt ben ik nog lucide genoeg om te denken “pas op, Marc, dat je hier niet struikelt met zoveel toeschouwers !” en ik steek nog 4 mensen de loef af ( ze moesten met mij maar niet naar de sprint gaan ;-) )…

Met een medaille rond mijn nek en isothermisch zilverpapier rond de schouders neem ik twee flesjes drank aan, eentje oranje en eentje wit, en drink ze meteen leeg, “herstel zo vlug mogelijk op gang brengen” herinner ik mij uit Steffny’s bijbel. Ik besef nu pas, bij het schrijven, dat ik zo begaan was met mijn eigen ik, dat ik er geen ogenblik aan gedacht heb om mijn medelopers Bruno en Chris op te wachten, ook niet Koen V Steenk. Ik baande me een weg tussen de terrassen en Japanners naar de Groenplaats om mijn tas op te halen. Aan de massagestand stond een veel te lange file voor veel te weinig massagetafels. Ik heb gedoucht in de Paleizenstraat, en met tram 5 heb ik linkeroever bereikt. Heb daar achtereenvolgens een bolleke Koninck ( in een plastic bekertje !) een vette hamburger en een vette friet mayonnaise genuttigd, en weerom op en neer gewandeld langs de aankomststrook. Buiten Sugar Jackson en Carl Huybrechts herkende ik er niemand, geen enkele weblogloper … Om 16u30 hield ik het voor bekeken en stapte naar mijn wagen, aan de dranghekken vastgeknoopt wachtten eenzame kledingstukken op hun eigenaar, sommigen keken een terminale ontmoeting met de stadsreinigingsdienst in de ogen. Ik stapte moe, en alleen, met duizenden mensen om me heen, in mijn wagen en reed via Thonet-en Blancefloerlaan naar de oprit van de Ring naar de Kennedytunnel, waar de  file me opwachtte, het onweer losbrak, en Damiano Cunego op  radio Sporza de Amstel Gold race won. Net als hij had ook ik vandaag de klus geklaard, zoals op mijn trainingen, grotendeels alleen. Mijn eerste marathon zat erop, ik keek nog eens naar mijn medaille die rommelig en ongeïnteresseerd op de passagierszetel lag “I did it !”

 

Mijn relatie met de Koningin van de Olympische disciplines wordt een haat-liefde-verhouding, aantrekken en afstoten, (nee, aub, geen flauwe reacties in de trant van aanstoten en aftrekken, daar kon wel ik zelf opkomen ;-) ), Eros en Thanatos, weerspiegeling van mezelf, doodsverlangen en levensdrift, weerspiegeling van de mensheid, geboren worden en doodgaan, weerspiegeling van het universum, sterven en uit de as herrijzen, perpetuum mobile van eb en vloed, lopen, eeuwig lopen …

 

Met dank aan Bruno en Chris onderweg, de anonieme toeschouwer langs de weg, en de flinke genen van mijn voorouders… en mijn karakter …vooral ‘slecht’ karakter. Eindtijd netto 4u 01m en 25 sec. Jammer van het pissen onderweg …

20:36 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

21-04-08

antwerp-marathon deel 1

Rond 8u30 was ik reeds op Linkeroever aangekomen, en tot mijn verbazing was er parkeerruimte zat in een straal van 300 meter rond de startzone. Ik wandelde een beetje doelloos langs de tenten en keek rond of ik een gezicht herkende dat overeenkwam met de foto’s die ik van op de verschillende weblogs kende en die sindsdien een stukje van mijn geheugen bezet hielden.( Sommigen mogen wel eens dringend een recentere foto op hun blog plaatsen. Graptje, Pol! ) De eerste die ik meende te herkennen was meteen een voltreffer, ze was me bijna volledig gekruist, toen ik haar alsnog intuïtief en vragend aansprak “Edith?”. Een aarzelende “ja” bevestigde de kennismaking. Na ons korte gesprekje beging ik hier misschien mijn eerste fout, ik ben niet bij haar gebleven ;-). Even later zag ik een groepje aanslenteren met in het midden(punt) een blonde, bruingebrande, ranke verschijning, dit kon alleen Katrien zijn. Korte kennismaking, “en dit is Mario,” zei ze, wijzend naar een stille jongen die er zo maar leek bij te staan.” “Oh, sorry,” zei ik, “ik had je niet herkend met die pleister op je neus.” Ik voelde me een klein beetje een indringer, een nieuwkomer in deze groep van marathonlopers (en per slot van rekening was ik dat nog niet op dat ogenblik), en ik wist ook niet meer zo goed wat te zeggen – op mijn blog heb ik makkelijker meer praat en een grote smoel- en verliet de bende met “ik zie jullie straks nog wel.” Tweede fout die ik beging, want na wat warm te hebben gelopen, enkele plaspauzes en sporttas in bewaring gegeven, was het inmiddels 9u40 geworden. Verdomme waar vind ik die webloglopers terug ? Op de grasweide aan de “gele bol” waren ze niet. Ik liep dan maar de startzone enkele malen op en neer, maar hoe goed ik ook keek, ik zag mijn maatjes niet meer terug. Goed, dacht ik, dan zal ik het hier maar in mijn eentje moeten klaren vandaag. En misschien kwam dit weer goed overeen met mijn karakter van eenzaat. Om 9u57 stond ik helemaal achteraan in de startzone. Ik moest opnieuw verschrikkelijk nog één keer pissen, maar vreesde niet meer tijdig aan de start te verschijnen en bleef daar lullig staan. Derde grote fout die ik beging, want ik had gerust nog over het dranghekken kunnen springen en naar de plastic urinoirs lopen, om daar te staan zeiken, terwijl aan de startlijn Patrick Janssens hetzelfde figuurlijk deed, en op tijd terug de rangen kunnen vervoegen alvorens zelfde Janssens ermee stopte (met dat figuurlijk zeiken) en het startschot loste. Ik wenste de anonieme loper die naast me stond succes and off it went.

Ik hield de chrono goed in de gaten, want Steffny had daarop gehamerd. Na drie kilometer zag ik mijn 57-jarige collega en marathondebutant Jan voor me uitlopen. Na kilometer 4 kon je aan de overzijde van de het keerpunt de eersten zien lopen, en waarachtig ik zag nog eenmaal Edith en Katrien, maar de afstand was te groot. Een paar honderd meter voor me uit zag ik de groene ballons van 3u59. Ook te ver om te overbruggen. Goed so far, so good. Tot de bomen voorbij kilometer 5 me uitnodigden voor die dringende plaspauze. Ik had al bedacht dat wat nu reeds in mijn blaas zat onmogelijk terug naar boven kon om als zweet uit mijn lichaam te geraken, zover reikt mijn gezond boerendoktersverstand. Nu weet je misschien uit eigen ervaring, dat wanneer je dringend moet en je het al een hele tijd opgehouden hebt, de sluitspier zo strak aangespannen is dat op het ogenblik dat je het wenst, het helemaal niet komt, of o zo langzaam. Stond ik daar mooi de kostbare seconden te verkwanselen met mijn “klein  ventje, klein ventje, de weireld mag vergoan, bluuf gie moar stoan.”  Meteen daarna volgde de afdaling in de Waaslandtunnel, en maakte ik gebruik van mijn flinke BMI van 25,52 ( want ’s morgens 75,5 kg ) om er de vaart in te zetten, maar de enkele anonieme lopers die ik herkende van voor mijn plaspauze, waren niet meteen bij te benen. Rond km 9 kwam ik in gesprek met een zekere Bruno, 40 jaar en ook debutant. We besloten samen te blijven. We spraken over koetjes en kalfjes en verbaasden ons erover dat we zo vlot konden praten tijdens het lopen, dat was dus een goed teken, ook al gaven  onze hartslagmeters bijna gelijke waarden aan tussen 158 en 161. Op de Singel kwam er een zeker Chris, Turnhoutenaar van 32, bij, eveneens debutant maar Steffny-adept. Liepen we daar mooi, zeg, drie groentjes.

20:14 Gepost door marc devloo in sport | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |